Iedereen heeft een plek, maar is het de juiste…?

Iedereen heeft een plek, maar is het de juiste…?

  • Bericht auteur:

Onlangs was er een moeder van een 13-jarige puber in mijn praktijk. Zij had sterk het gevoel dat zij haar kind kon helpen door zelf aan de slag te gaan. Na een eerste afspraak, waarin de hulpvraag helder werd, volgde een tweede, waarin we die gingen opstellen. ‘Haar kind zit niet goed in haar vel, gaat nog maar halve dagen naar school en wil liever niet met de ex van haar moeder, die niet haar vader is, maar wel vanaf de geboorte aanwezig, op vakantie. Haar biologische vader is een spermadonor, die ze niet kent. Hoe kan ik mijn kind helpen?’
Moeder vertelde veel over haar ex en over de lastige relatie die haar dochter met hem heeft. Dit vindt allemaal plaats in de bovenstroom, maar wat zit daaronder? In de onderstroom?
Ik liet haar voor zichzelf een vloeranker neerleggen en haar dochter erbij. Toen ik haar vroeg om de biologische vader neer te leggen, voelde ik weerstand. Ze pakte met tegenzin een vloeranker en smeet die min of meer in een hoek. 

‘Zo…’ zei ze. Hierbij werd zo duidelijk dat hij geen plek kreeg/had in het systeem van haar en haar dochter. Ik vroeg haar het vloeranker naast die van haar en achter die van haar dochter te leggen en erop te gaan staan. 50% vader, 50% moeder, ook al is het (maar) een donor. Ze zei: ’Ik heb hem van een lijst uitgekozen. Hij was gewoon een student die geld nodig had…’. 

Ze is erop gaan staan, nam de tijd en voelde toen zijn energie. Dat hij een warm persoon is. Dat hij ook vaderlijke gevoelens heeft… Hij kan zomaar zelf vader zijn nu, we zijn 13 jaar verder. Hij weet ook dat er ergens een of meerdere kinderen van hem rondlopen. Langzaam begon ze hem te erkennen. Dat heeft ze bekrachtigd door dat ook uit te spreken naar hem. Hij kreeg een plek in het systeem en ook de juiste plek. Het was zo mooi om hier getuige van te mogen zijn. Kippenvel! 

‘s Avonds appte ze mij: ‘Het was echt heel bijzonder ! Dank voor deze sessie . M. zit nu al op een schaal van 1 op 10 op een 8 in energie, volgens mij. Ik knuffelde haar en het voelde alsof hij ook mee knuffelde.’